Maximale kansen om te leren

In het kader van de modernisering van het secundair onderwijs is structureel ruimte voorzien voor differentiatie in het wekelijks lessenrooster: remediëring en verdieping in de basisvorming of verdieping in klassieke talen.

In het eerste jaar bestaat zowel in de A-stroom als in de B-stroom het volledige keuzegedeelte uit 5 uur differentiatie.
In het tweede jaar zijn binnen het keuzegedeelte zowel in de A-stroom als in de B-stroom 2 uur differentiatie voorzien.

Differentiatie bouwt verder op de basisvorming en zet in op:

  • versterken door extra ondersteuning van geziene leerstof uit de basisvorming (remediëren);
  • verdiepen door aanbieden van meer uitdagende leerstof uit de basisvorming (uitdiepen);
  • verdiepen door het aanbieden van nieuwe vakken (verkennen).

Van scholen wordt dus verwacht dat zij binnen de differentiatie zowel remediërende als meer uitdagende verdiepende differentiatiemogelijkheden (minstens 2) aanbieden. Een leerling kan nooit enkel versterking (remediëring) kiezen, en moet dus minstens 1 verdiepende differentiatiemogelijkheid kiezen.

Let wel dat remediëren behoort tot de taak van iedere leraar en zich niet beperkt tot een aantal extra lesuren of slechts enkele vakken. 

In het geval bij een leerling het aantal te remediëren competenties in het tweede jaar te groot zou zijn, dan kan de klassenraad remediëring opleggen (via het A-attest met verplichte remediëring). Met ander woorden remediëring is een recht, maar kan ook een plicht zijn.