Een eindterm opgebouwd uit:

  • een competentiegerichte formulering waarbij het handelingswerkwoord evalueerbaar gedrag uitdrukt
  • bij niet-attitudinale eindtermen is er expliciete vermelding van onderliggende kennis die nodig is voor het realiseren van het doel
    (één tot vier categorieën kennis volgens taxonomie van Bloom)
  • bij niet-attitudinale eindtermen is er vermelding van cognitieve dimensie
    (één van de zes cognitieve beheersingsniveau’s volgens de taxonomie van Bloom)
  • indien van toepassing is er vermelding van affectieve dimensie
  • indien van toepassing is er vermelding van psychomotorische dimensie
  • soms is er vermelding van context waarbij wordt aangegeven met welke graad van autonomie, met welke hulpmiddelen, aan de hand van welke referentiedocument, in welk toepassingsgebied … een eindterm gerealiseerd moet worden.

In het geval de mate van autonomie (zelfstandig of onder begeleiding/met hulpmiddelen) niet geconcretiseerd wordt in de eindterm, kan de leerling op het einde van het leerproces de eindterm zelfstandig realiseren.