De kennis is wat minimaal nodig is voor de realisatie van de eindterm. De opsomming van de kennis is ofwel limitatief (opsomming zonder ‘zoals’ = verplicht) ofwel illustratief (opsomming met ‘zoals’). Die kennis staat dus niet op zichzelf. Ze bakent de eindterm af en concretiseert de inhoud ervan.
Er zijn vier soorten kennis.

Feitenkennis

Deze kennis omvat de termen, begrippen en elementen die de leerlingen actief kunnen gebruiken om over een bepaald domein van gedachten te wisselen of om problemen binnen dat domein op te lossen.

Conceptuele kennis

Deze kennis omvat begrip en inzicht in classificaties, principes, theorieën en modellen die de leerlingen gebruiken bij het verwerken van andere kennis.

Procedurele kennis

Deze kennis omvat technieken, methoden en algoritmes ter ondersteuning van hoe de leerlingen iets uitvoeren, alsook van de criteria voor het kiezen van de geschikte procedure

Metacognitieve kennis

Deze kennis omvat zelfkennis, kennis over kennis en strategische kennis die de leerlingen gebruiken om te reflecteren over zichzelf en het eigen leerproces.